De outdoor atletiekbaan in de bossen van Papendal

22-10-2026 ⋅ Duurzaamheid

Ook verduurzaming is topsport op Papendal

Ligging in Natura 2000-gebied vraagt extra verantwoordelijkheid

Sinds de opening van de Arnhemhal hebben vele atleten geprofiteerd van de optimale trainingsomstandigheden op het Nationale Sportcentrum Papendal. Het complex is een van de pijlers van de meerjarenstrategie van NOC*NSF om een plek te veroveren en te behouden bij de tien best presterende sportlanden in de wereld.

Tekst: Ernst Bouwes

Van de vijf TeamNL-centra in ons land is Papendal het grootste. Van een vijftiental sportbonden trainen in Arnhem de beste talenten en topsporters in fulltime trainingsprogramma’s, gecombineerd met onderwijsbegeleiding en medische voorzieningen. Als trainingscentrum behoort Papendal tot de beste ter wereld.

Arnhemhal

Om aan de sportieve ambities van NOC*NSF te voldoen, wil Papendal voortdurend vooroplopen in accommodaties en faciliteiten. Zo opende in 2012 de Arnhemhal, het vlaggenschip van het Nationaal Sportcentrum. “Dat bestaat onder meer uit een dubbele sporthal voor volleybal, rolstoelbasketbal en diverse andere zaalsporten, in het midden gescheiden door een ophaalwand”, vertelt Koen Mühlradt, general manager van Sportcentrum Papendal.

“Deze hal heeft geen wedstrijdfunctie, want ze is helemaal gericht op een trainingssetting. Door het weglaten van tribunes konden we ruimtes voor de coaches aan de zijwanden inrichten, zodat een trainer op een afgescheiden plek kan praten met een speler of met zijn staf. Ook de arts en de fysiotherapeuten hebben een eigen kamer, waardoor ze altijd in de buurt zijn en toch privacy hebben bij een gesprek of een behandeling. In de houten vloer is extra demping aangebracht om de knieën te sparen.”

Technologische snufjes

“Daarboven is de vechtsporthal gebouwd voor judo en schermen met daarnaast nog diverse krachtruimtes. In een lange pui is de sprinthal aangelegd voor de indooratleten. Alleen TeamNL mag gebruikmaken van de Arnhemhal, die voorzien is van de nodige technologische snufjes. Zo beschikt iedere topsporter over een eigen Papendal Pas. Hiermee kan hij of zij de deuren naar de verschillende ruimtes openen, maar ook zijn lunch in het Topsportrestaurant afrekenen.

“Iedere sporter moet het krachthonk via een tijdslot reserveren, ook omdat bij iedere training begeleiding aanwezig moet zijn om overbelasting en blessures te voorkomen. Overal in de zalen hebben we camera’s opgehangen, die gekoppeld zijn aan de apparatuur van de begeleidende staf. Daarmee kunnen zij en ook de sporters zelf achteraf kijken naar de data en de uitvoering van de oefeningen, wat belangrijk is voor analyses en de ontwikkeling van het trainingsproces. Af en toe komen buitenlandse sporters via een uitwisselingsprogramma een periode in het hotel logeren. Dan krijgen zij in overleg toegang tot deze hal. Deze faciliteiten zijn verder echt voorbehouden aan de topsporters en niet bedoeld voor commerciële activiteiten”, vertelt Mühlradt.

“Bij vervanging en renovaties kiezen we iedere keer voor de duurzaamste oplossing. Het liefst lopen we steeds voor de troepen uit, net als in topsport”
Koen MühlradtGeneral manager Sportcentrum Papendal

Basketbalnet

De ligging van het complex vraagt ook om extra verantwoordelijkheid voor de omgeving, als onderdeel van een Natura 2000-gebied. Papendal wil daarom niet alleen vooroplopen in de innovatieve sporttechnologie, ook wil het een voorbeeld zijn van een duurzame en energiezuinige omgeving. Zo is in het Topsportrestaurant speciale aandacht voor afvalscheiding via grote borden boven de afvalbakken, zodat de gasten zich onmogelijk kunnen vergissen. Voor de statiegeldblikjes en -flesjes staat een ton klaar, waarop een basketbalnet is bevestigd. “Door een leuke oplossing te bedenken voor de opvang van afval, in dit geval via een geslaagde worp, dagen we bezoekers uit om op een sportieve manier mee te werken en hopen we tegelijkertijd hun gedrag te beïnvloeden en een duurzame keuze te stimuleren”, aldus Mühlradt.

Moestuin

“De ambitie is om in 2032 CO2-neutraal te zijn. Bij vervanging en renovaties kiezen we iedere keer voor de duurzaamste oplossing. Het liefst lopen we steeds voor de troepen uit, net als in topsport. Zo vermalen we het keukenafval in de biodigester en beschikken we over een grote moestuin, waarvan de kok een deel van de opbrengst opneemt in de producten in het Topsportrestaurant. Daarnaast maken we gebruik van de tuin in workshops waarin we voorlichting geven over juiste voeding. Zo proberen we de inspirerende en maatschappelijke waarde van topsport over te brengen naar het bedrijfsleven en de particuliere gasten die hier een rondleiding krijgen.”

Bodemenergie

De grote slag in de energietransitie is in het vorige decennium gemaakt door gebruik te maken van bodemenergie via een Warmte-en-Koude-Opslag-Installatie (WKO). Deze is tijdens de bouw van de Arnhemhal aangelegd in samenwerking met Eneco, vertelt Mühlradt. “De WKO was essentieel in de filosofie van de duurzaamheid van dit terrein. Via de installatie kunnen we bodemenergie gebruiken voor het verwarmen en koelen van de gebouwen. Daardoor is het verbruik van fossiele brandstoffen voor energieopwekking flink teruggedrongen. Het gasverbruik is met meer dan een derde teruggebracht in onze zes grote panden. WKO komt vaker voor bij de klimaatbeheersing van één gebouw, maar dit is echt een oplossing voor het hele complex. Dat is wel bijzonder.”

“Het gasverbruik is met meer dan een derde teruggebracht in onze zes grote panden. Daar zijn we wel trots op”
Koen MühlradtGeneral manager Sportcentrum Papendal

Warmtebronnen

Op het terrein van Papendal is een as onder de grond aangelegd, waarmee de zes gebouwen verbonden zijn met de WKO. De achthonderd meter lange installatie heeft aan het start- en eindpunt twee warmtebronnen en in het midden twee koude. Deze zijn ingeboord op een diepte van ruim 200 meter, zodat het water in een gesloten circuit op de juiste temperatuur blijft. Bij iedere accommodatie is een warmtepomp aan de as gekoppeld. In de zomer worden de warmtebronnen geladen door middel van warmtepompen en waterwisselaars. In de winter gaat dit andersom, legt Mühlradt uit. “Dan onttrekken we de warmte uit de bronnen en laden we de koudwaterbronnen. Bij de inrichting van de as hebben we ook bewust gekeken naar modulair bouwen, zodat we ook de komende jaren door kunnen ontwikkelen. De stroom voor de WKO is grotendeels afkomstig van de zonnepanelen op de platte daken van onze zes gebouwen. Voor eventuele aanvulling krijgen we windenergie geleverd van Eneco. Dankzij deze installatie hebben we het gasverbruik op Papendal flink kunnen verminderen. Daar zijn we wel trots op.”

Verlichting

Verder is het buitengebied verlicht via spaarzame intelligente ledverlichting met bewegingsmelders in de lantaarnpalen, die de naderende wandelaars of fietsers signaleren. Het systeem kent inmiddels de gemiddelde snelheid, waardoor het schijnsel enkele meters voor de personen op ‘de strip’, de route over de eerdergenoemde as langs de gebouwen, aangaat.

Daarnaast werkt Papendal aan de elektrificering van het parkeerterrein. Steeds meer sporters van TeamNL en ook bezoekers beschikken over elektrisch vervoer. Dat vraagt om een uitbreiding naar een oplaadplein met een capaciteit voor zo’n vijftig auto’s. Een ander belangrijk thema is de natuur in het gebied. Zo’n veertig jaar geleden is een deel van het terrein beplant met de fijnspar, die helaas te lijden kreeg onder de komst van de letterzetter. De vraatzucht van deze kever deed de bomen afsterven. In overleg met de gemeente en diverse deskundigen is gekozen voor een nieuwe aanplant met een diversiteit aan boomsoorten, waardoor parasitaire insecten minder kans krijgen. De oplettende bezoeker valt bovendien het grote aantal vogelhuisjes op, bedoeld om onderdak te bieden aan de mezen die de eikenprocessierups als voedsel hebben.

Masterplan

Wat is de stip op de horizon voor Papendal, gegeven het feit dat er door de ligging in een Natura 2000-locatie niet kan worden uitgebreid? “We hebben een masterplan dat we continu bijstellen om onze positie als toonaangevend topsportcentrum in de wereld te behouden”, zegt Mühlradt. “Daarvoor moeten we steeds blijven ontwikkelen en investeren in het terrein, de faciliteiten, de mensen in de begeleiding en in het kwaliteitsniveau. Als we naar de accommodaties kijken, dan is de oude Multihal duidelijk het volgende grote project om te vervangen. Dan willen we een vergelijkbare stap zetten als we in 2012 met de Arnhemhal hebben gemaakt door voorop te lopen en de laatste ontwikkelingen op medisch gebied of in het herstelproces van de topsporter van dat moment mee te nemen. Zo willen we trapsgewijs blijven bouwen.”

Dit artikel verscheen eerder in vakblad SPORTACCOM.

Heb je een vraag?